|
|
Herman van der Made, 1936
De autodidact beeldhouwer Herman van der Made houdt van een heldere en sobere vormentaal in zijn beelden. Zwerf- en rolstenen zijn voor hem het basismateriaal in zijn beeldend werk. Stenen die een verhaal vertellen. Herman wordt sterk geboeid door stenen die hun vorm hebben gekregen in een zwerftocht van duizenden jaren in de natuur. Keien gevormd op de grens van bodem en water. Met een huid geteisterd door de elementen. Ze kunnen rond of ovaal zijn, maar doordat de stenen door water wind en gletchers zijn gevormd, zijn ze niet perfect van vorm, waardoor ze echter een bijzondere spanning krijgen. De zwerfsteen is voor hem een symbool van eenheid. Door te “luisteren” naar de steen komt hij tot een zodanige ingreep dat de elementaire vorm van die steen behouden blijft. Herman schouwt de te bewerken steen en komt vanuit dat wat in hem leeft in een soort van samenspraak met die steen. En vanuit die leegte komt dan het beeld op dat hij wil scheppen. Het is een eeuwige zoektocht naar de grenzen van zijn verbeelding en de schoonheid die hij wil vrijmaken. Soms ook combineert Herman stenen met andere materialen zoals (archeologisch) ijzer en lood, zodat er een assemblage ontstaat. Omdat de vorm van de steen in belangrijke mate bijdraagt aan het eindresultaat, geeft hij zijn werk de naam ‘beeldstenen’ mee.







|